In mijn dagelijkse bestaan als rondleider in de Tweede Kamer ontmoet ik verschillende mannen en vrouwen met een zogenaamde hundicap. Dit type mens heeft het consequent over ‘hun zeggen’, ‘hij is groter als mij’ of ‘ik kon hem niet’. Deze opvallende taalconstructies worden in diverse regio’s en in vrijwel alle lagen van de bevolking gebruikt. Bijzonder genoeg lijken niet alleen lekkere volkse types zoals Frans Bauer last te hebben van het zogenaamde hunnen en als-mijen. Ook hogeropgeleiden – en soms zélfs heuse alfa-mensen – begaan hun, mij, dan en als fouten.
Een guitig accent kan best gezellig staan en dient – ter behoud van de (streek)taal – zelfs te worden gekoesterd. Zelf ben ik wel een liefhebber van accenten: dit voert zo ver, dat het nabootsen van dialecten een geheime hobby van mij geworden is. Een rare tongval heeft iets vertrouwds en zorgt er daarnaast voor, dat ik mij niet hoef te schamen voor eigen kleine taalslippertjes. Zelf spreek ik wel aardig ABN. Ooit kreeg ik van een carnaval vierende Brabander te horen dat ik precies zo sprak als in Goede Tijden Slechte Tijden: best netjes lijkt me. – Ik weet trouwens nog steeds niet of dit als compliment bedoeld was..? -
Hoewel ik (volgens Brabant) een ABN-sprekende dialecten-liefhebber ben, krimp ik toch telkens ineen bij het horen van een ‘hun zijn groter als mij’. In mijn hoofd gaan er dan alarmbellen rinkelen. Ik krijg het vervolgens erg warm en pers heel zachtjes een ‘zij’ gevolgd door ‘dan ik’ over mijn lippen. Ondanks de ontstane kortsluiting durf ik de gehundicapte nooit aan te spreken op de taalfout. Ik ben namelijk erg bang voor boze of beledigde reacties. Het liefste zou ik echter gaan gillen en daarna heel hard roepen: ZIJ ZIJ ZIJ!
Één Reactie
Almelooooo, oooopa, prachtig dialect.
maar inderdaad, vooral dat hun komt ook hier erg voor. Blijven verbeteren. Mensen weten soms niet beter!